Phillips Duphar

Meneer Hofman herinnert zich:

oliedrums

“Nou er zat hier ooit Phillips Duphar. Die zat hier aan het Noordhollands Kanaal. Alleen ik weet niet waar precies”

Philips' chemietak Duphar produceert van 1955 tot 1963 onkruidbestrijdingsmiddelen aan de Ankerweg in Amsterdam.
Op 6 maart 1963 raakt een reactorvat met 2,4,5-trichloorfenol oververhit. Het veiligheidsventiel komt in werking en blaast de inhoud van het vat de bedrijfshal in. De gevolgen blijven beperkt tot de fabriekshal, die hermetisch wordt afgesloten.
Het is dan nog niet helemaal duidelijk hoe gevaarlijk de vrijgekomen stoffen zijn. Pas 3 jaar later kan het uiterst giftige dioxine worden aangetoond. Waarschijnlijk is zo'n 200 tot 250 gram dioxine vrijgekomen.
De hal is zo vergiftigd dat deze moet worden gesloopt. De schoonmakers die de fabriekshal moeten slopen werken onder slechte arbeidsomstandigheden. 106 mensen worden blootgesteld aan de dioxine. 4 van hen overlijden later aan de gevolgen van de besmetting. 50 arbeiders krijgen ernstige gezondheidsklachten. bron: zero-meridiaan

De Ankerweg ligt alleen niet in amsterdam Noord, maar veel verder west op de zuidoever van het IJ. Waarschijnlijk haalt meneer Hofman twee verhalen over Phillips Duphar door elkaar. Het ongeval met de dioxine heeft plaatsgevonden in de jaren 60, en het pand moest worden afgebroken vanwege de zware vervuiling.
In je jaren 80 zijn er in de Volgermeerpolder boven Amsterdam Noord 10.000 grote vaten met erg giftige stoffen gevonden. Phillips Duvar wordt met de zaak in verband gebracht, maar nooit veroordeeld. Lees ook: stichting volgermeer.