Samen de stad ontwerpen

Artikle van slowmanagement.nl

Monopoly spelen met je eigen stad. Het interactieve spel Play the City laat bewoners, ondernemers, ambtenaren en ontwikkelaars op een groot speelbord schuiven met huizen, kantoorgebouwen, windmolens en wegen. Architect en stedenbouwkundige Ekim Tan wil niet bestuurders maar burgers laten bepalen hoe een wijk eruit komt te zien. Ze bedacht Play the City als alternatief voor bestemmingsplannen en inspraakprocessen.

Ekim Tan

Ekim Tan kiest daarmee voor een andere aanpak dan veel van haar vakgenoten. De Griekse architect Elia Zenghelis zei eens: ‘Architectuur is in oorsprong hiërarchisch en inspraak is een Trojaans paard. Het lijkt zo’n goed idee en toch richt het schade aan.’ Maar Tan is niet bang voor schade, al realiseert ze zich heel goed dat hoe meer burgers zelf doen, hoe minder werk er is voor de klassieke architect. ‘We krijgen een andere rol. Nu nog werken de meeste architecten in opdracht van overheden en projectontwikkelaars. Straks gaan we burgers adviseren.’

In één nacht gebouwd

Tan groeide op in Istanbul, studeerde architectuur in Ankara, werkte enkele jaren en voegde daar vervolgens een master stedenbouwkunde aan de tu Delft aan toe. En bleef in Nederland hangen. Eind dit jaar hoopt ze te promoveren met een proefschrift over de democratisering in stedenbouw. De inspiratie kwam deels uit Turkije, waar het concept van bewoners die samen hun wijk ontwerpen al veel langer bestaat. Istanbul bijvoorbeeld, kent van oudsher meerdere gecekondu, letterlijk vertaald: wijken die in één nacht zijn opgetrokken. Zelf bouwen was in Turkije lange tijd normaal, hoewel ook daar de overheid zich steeds meer bemoeit met stadsontwikkeling.

In Nederland gaan de meeste bouwprojecten uit van overheden, woningcorporaties en projectontwikkelaars. Maar dat is langzaam aan het veranderen, zegt Tan. ‘Nederland heeft een prachtige traditie in ontwerp en architectuur. Toen ik voor mijn promotieonderzoek met ideeën kwam voor meer democratie bij het invullen van stedelijke ruimte, kreeg ik weinig bijval. Maar dat is wel veranderd.’ Tot in de jaren negentig werkte de top-down benadering volgens Tan prima voor Nederland. ‘Er werd weliswaar teveel gebouwd en er was nauwelijks contact tussen architecten en gebruikers, maar we konden het ons met zijn allen financieel nog wel veroorloven als er wat panden leeg bleven staan. Met de huidige economische crisis is dat veranderd.’ Overheden moeten bezuinigen, banken willen of kunnen niet investeren en veel projectontwikkelaars zitten in moeilijkheden. Tan: ‘Als er al geld is, zit dat bij de burgers en de ondernemers zelf. Die gaat het niet om de winstgevendheid van een bouwproject, ze willen gewoon een goed huis of een leefbare buurt. Je ziet dus steeds meer kleinschalige initiatieven van onderop om oude wijken op te knappen of nieuwe wijken zelf te ontwerpen.’

‘‘NEDERLANDERS ZIJN NIET GEWEND OM ZELF NA TE DENKEN OVER DE ONTWIKKELING VAN HUN STAD’’

.

De spontane stad

Helemaal nieuw is die roep om zelforganisatie in de bouwwereld overigens niet. ‘Tijdens de oliecrisis in de jaren zeventig gingen er eveneens stemmen op om de stedenbouw te democratiseren. Sterker nog: stedenbouwkundige Gert Urhahn, auteur van het nu erg populaire boek De spontane stad, pleitte destijds al voor meer openheid en flexibiliteit. Maar toen de oliecrisis voorbij was en de economie weer op gang kwam, vond hij geen gehoor meer voor zijn ideeën.’ Zal ook nu de trend van zelforganisatie overwaaien als de economie weer aantrekt? Tan denkt van niet. ‘We leven in een andere tijd. Democratisering van stadsontwikkeling past in het plaatje van een zich terugtrekkende overheid. In Engeland spreekt premier David Cameron al over een Big Society, synoniem voor een kleine overheid. Nederlandse politici zijn terughoudend, maar het Ruimtelijk Planbureau heeft al een aantal scenario’s in die richting gepresenteerd.’

Als onderdeel van haar promotieonderzoek, om de betrokkenheid van burgers verder te stimuleren, bedacht Tan Play the City. Dat is een interactief spel dat alle betrokkenen bij een project op gelijk niveau hun inbreng laat geven. ‘Nederlanders zijn niet gewend om zelf na te denken over de ontwikkeling van hun stad. Ze zijn er altijd vanuit gegaan dat de overheid daarvoor zorgde. Ik kom mensen tegen die vinden dat het niet hun taak is om met plannen te komen voor hun wijk of een braakliggend terrein in de buurt. Maar als ze zich over die mentale barrière heenzetten, hebben ze vaak uitstekende ideeën waar professionele ontwikkelaars waarschijnlijk niet op waren gekomen.’

Weinig parken of pleinen

Hoewel het speelbord met de huisjes, wegen en soms zelfs windmolens het meest in het oog springt, omvat Play the City veel meer dan alleen een driedimensionaal model van het te ontwikkelen gebied. Tan: ‘We beginnen met het bepalen van de randvoorwaarden waaraan het project moet voldoen. Daarna nodigen we vertegenwoordigers van alle betrokken partijen uit om in verschillende sessies te komen spelen. De sessies worden op video opgenomen. Na afloop staan die beelden online, zodat deelnemers ook kunnen zien welke keuzes hun ‘tegenspelers’ hebben gemaakt. Wij registreren wat er tijdens het spel gebeurt, analyseren de inbreng van alle betrokkenen en komen op basis daarvan met een advies.’

Play the City combineert dus zelforganisatie met de gedegen Nederlandse kennis van gebiedsontwikkeling. Dat leidt volgens Tan tot een beter eindresultaat dan de ‘geëvolueerde’ wijken in Istanbul. ‘Die gecekondu spelen weliswaar flexibel in op de behoeften van bewoners, maar ze kennen ook nadelen. Als iedereen zijn eigen huis bouwt, wordt de gemeenschappelijke ruimte vaak vergeten. Je hebt dan weinig of geen parken en pleinen. En ook de aansluiting op het openbaar vervoer is niet altijd ideaal.’

Succes in Almere

Almere loopt als stad voorop in het betrekken van burgers bij bouwprojecten en daar is het een enorm succes, zegt Tan. ‘In 2005 gingen twee bouwprojecten van start, één op basis van een vastomlijnd plan van de gemeente en één op basis van particulier opdrachtgeverschap. Dat eerste plan is nog altijd niet gerealiseerd. De gemeente wilde vierhonderd huizen bouwen bij sportpark De Wierden in Almere Haven. De bezwaarprocedures lopen in 2013 nog steeds. Het andere project was veel ambitieuzer. Er moesten vierduizend huizen komen in het Homeruskwartier. Belangstellenden konden een kavel kopen en daarop naar eigen wensen een woning, winkel of werkruimte neerzetten. De regels voor de kavels stonden online, verder werden mensen vrijgelaten. Het project bleek een groot succes.’ Het voorbeeld van Almere wordt inmiddels gevolgd in onder meer Eindhoven, Enschede en Tilburg.

Maar Almere staat intussen niet stil. De stad gaat met de ontwikkelstrategie in stadsdeel Oosterwold nog een stap verder dan bij het Homeruskwartier. Voor Play Oosterwold bestaat alleen een set spelregels, geen gedetailleerd uitbreidingsplan. Toekomstige bewoners ontwerpen hun eigen huis maar regelen daarnaast ook water, energie en soms zelfs de aansluiting op de openbare weg.

‘‘ARCHITECTEN HEBBEN ZICH ALTIJD VERRE VAN POLITIEK GEHOUDEN, ZAGEN ONTWERP ALS IETS TECHNISCH’’

.

Scherpere controle

Niet iedereen heeft zin, tijd of geld om zijn eigen huis te laten bouwen. Maar daar gaat het Tan ook niet om. ‘Het belangrijkste is dat burgers direct contact hebben met de bouwers. Als je mensen zelf laat beslissen, weet je zeker dat wat je bouwt voldoet aan werkelijke behoeften, in plaats van aan eisen van de markt. Bovendien is er een veel scherpere controle op aannemers en ontwikkelaars. Bouwen met als enige doel er geld aan te verdienen, is daarmee verleden tijd.’

Een ander obstakel is dat Nederlanders over het algemeen nog weinig kennis hebben van bouwen. ‘In Turkije is dat anders. Daar zijn mensen gewend om hun eigen huis te ontwerpen en de juiste vakmensen in te schakelen om hun plannen uit te voeren. Nederland heeft die traditie niet. Toch hoeft dat geen probleem te zijn; gaandeweg komt die kennis er vanzelf. Mensen moeten ook wennen aan een nieuwe insteek. Dat geldt voor burgers, maar ook voor ambtenaren. Die spraken voorheen alleen met een wethouder en een projectontwikkelaar, nu zitten ze soms met twintig verschillende partijen aan tafel.’

Ook bij het project Freezing Favela in de Amsterdamse Van Gendthallen is Ekim Tan betrokken. Ondernemers werken daar samen aan een minidorp met onder meer winkels, horeca en een kleine boerderij. Ook hier zijn de partijen aan de slag gegaan volgens de principes van Play the City.

Design as Politics

Naast Play the City is Tan actief voor Design as Politics, een leerstoel aan de tu Delft die wordt bekleed door professor Wouter van Stiphout. Design as Politics is een initiatief van het ministerie van Infrastructuur en Milieu en onderzoekt de raakvlakken van ontwerp en politiek. Het onderwerp sluit naadloos aan bij Tans ambitie om burgers te betrekken bij gebiedsontwikkeling. Ook daarin verschilt ze van sommige vakgenoten. Tan: ‘Architecten hebben zich altijd verre van politiek gehouden. Ze zagen ontwerp als iets technisch. Pas sinds kort wordt onderzocht hoe politiek en ontwerp elkaar kunnen versterken. Architecten krijgen een nieuwe rol, waarbij ze in dienst staan van de zelfstandige burger.’

Als bewoner van de Van der Pekbuurt in Amsterdam-Noord is Tan zelf ook zo’n zelfstandige burger. Woningcorporatie Ymere dreigt namelijk de voormalige arbeiderswijk te slopen. Sinds kort hoeven ontwikkelaars en corporaties alleen nog melding te doen als ze woonblokken willen slopen. Toestemming van deelraden of gemeenteraden is niet meer nodig. Ymere wil van de locatie een lucratieve Vinex-nieuwbouwwijk maken. Samen met andere bewoners verzet Tan zich daartegen. Ze is in haar buurt onder meer betrokken bij brainstormsessies over alternatieven om de wijk te ontwikkelen. ‘We denken bijvoorbeeld aan een coöperatie, waarbij we de woningen gezamenlijk in eigendom nemen. Ymere weet dat er met de grond meer geld te verdienen is dan nu gebeurt. Maar het doel van een woningcorporatie is niet geld verdienen, maar huisvesting verzorgen voor mensen met lagere inkomens.’